

Bij kinderen vanaf 6 jaar is het zinvol om bij klachten van moeheid, niet mee kunnen komen op school, niet (kunnen) sporten alert te zijn op de aanwezigheid van astma.
Deze kinderen zijn vaak ’s nachts benauwd, worden wakker rond 1.00-2.00 uur en kunnen niet weer inslapen. Ze rusten niet goed uit, zijn overdag moe en functioneren minder, kunnen met sport niet meedoen.
Bij kinderen met overgewicht komt meer astma voor (oorzaak of gevolg?)
Bij kinderen ouder dan 12 jaar met benauwdheidsklachten komt disfunctionele ademhalingveel voor
1. Anamnese klachten
2. Aanvullende anamnese:
- eczeem (gehad)
- allergische aandoeningen in gezin
- roken (in huis)
- groeicurve
- psychomotore ontwikkeling
- neusklachten (bij allergische rhinitis vaak ook lage luchtwegklachten; 60% van de kinderen met astma heeft allergische rhinitis)
3. Lichamelijk onderzoek:
- longen (verlengd expirium/piepen)
- KNO gebied
- algemeen: tekenen van allergische constitutie / atopie zoals een “nasal ridge” en telkens neus wrijven, groeicurve (afbuigende groeicurve past bij andere (long)aandoeningen)
4. Aanvullend onderzoek
- allergieonderzoek op indicatie, zie HAL aanvraagformulier
- longfunctieonderzoek, bij voorkeur door de kinderarts (via ZorgDomein → 1e lijnsdiagnostiek → functieonderzoek)
De diagnose van astma berust meer op het klinische beeld dan op longfunctieonderzoek
Doel van de behandeling is een zo normaal mogelijk leven te kunnen leiden met zo weinig mogelijk klachten met - indien nodig - medicatie in zo laag mogelijke dosering en frequentie en met zo weinig mogelijk bijwerkingen.
Niet-medicamenteuze behandeling: voorlichting. Aan de orde komen: uitleg over de ziekte en behandeling, therapietrouw, opvang acute klachten, saneren, school, roken, voorlichtingsmateriaal, cursussen, patiëntverenigingen. Eventueel inschakeling van de kinderastmaverpleegkundige. Dit kan zonder bezoek aan kinderarts. Als gewenst wordt dat kind door kinderarts en longverpleegkundige gezien moet worden, verwijzen naar Sneek, Drachten of Heerenveen.
Medicamenteuze behandeling
Medicatie per dosisaërosol met voorzetkamer of bij voldoende inspiratoire flow een droogpoederinhalator, meestal vanaf 6 á 7 jaar.
Uitleg over inhalatietechniek, werking en bespreken van bijwerkingen van de medicatie is essentieel voor een goede behandeling. Deze uitleg kan door de huisarts of POH worden gegeven, maar kan ook worden gedelegeerd aan de apotheek.
- Mild astma: intermitterende symptomen (≤ 2 maal per week): zo nodig 1-2 inhalaties van 200 μg salbutamol per keer
- Mild–matig ernstig astma: meer frequente symptomen (> 2 maal per week): toevoegen inhalatiecorticosteroïd: beclometason, budesonide of fluticason 400-500 μg/dag in 2 doses óf
beclometason-extra-fijn 200 μg/dag in 2 doses als onderhoudsbehandeling.
- Matig ernstig-ernstig astma: een langwerkend β2-sympathicomimeticum is geïndiceerd bij (matig) ernstig astma, toegevoegd aan een inhalatie corticosteroïd. Dit is een indicatie voor verwijzing
naar de kinderarts.
Alvorens medicatie op te hogen en/of uit te breiden is het zinvol om stil te staan bij mogelijke oorzaken van falen van de behandeling. (Zie tabel).

- Diagnostische problemen.
- Geen of onvoldoende verbetering op therapie: als het behandeldoel niet wordt gehaald met matige dosis inhalatiecorticosteroïden (400 mcg budesonide/beclometason of 250 mcg fluticason)
- Instabiel astma, waarbij >1 ziekenhuisopname of prednisolonkuur in voorafgaande 12 maanden.
- Afbuigen van de lengtegroei bij 2 opvolgende metingen in 3 tot 6 maanden of andere bijwerkingen.
Voor het beleid bij acuut astma wordt verwezen naar de NHG-Standaard “Astma bij kinderen”
Na het bezoek aan de kinderarts zijn er de volgende mogelijkheden:
1. Het astma is stabiel met een lage dosering steroïden (≤250 mcg fluticasone of ≤400 mcg budesonide of beclomethason) en kind en ouders zijn voldoende geïnformeerd.
Dan volgt terug verwijzing naar de huisarts
2. Het astma is min of meer stabiel met hoge dosering inhalatiesteroïden in combinatie met langwerkende betamimetica of andere astmamiddelen.
Deze kinderen blijven onder controle van de kinderarts tot zij in een andere groep vallen.
In alle gevallen zijn aandachtspunten o.a.: ernst en frequentie van exacerbaties en omgaan hiermee van kind en ouders, groei en ontwikkeling, sport-spel-vrijetijdsbesteding, noodzaak dosering aan te passen, compliance en inhalatietechniek.
Controle bij gebruik van inhalatiesteroïden: 1 maal per 3 maanden tot laagst mogelijke dosering. Daarna 1 maal per 3–6 maanden. Controle lengtegroei bij gebruik ICS.

Bekijk hier de volledige werkafspraak Astma bij kinderen (6 jaar en ouder)